Stedendriehoek

Oud en nieuw

Eke Mannink, voormalig stadsdichter van Zutphen, bekijkt onze stad vanuit haar schrijfkamer aan het s Gravenhof. Zij houdt wat ze ziet poëtisch tegen het licht. Zo onderzoekt Eke sprookjes in de Hoven

GOED BEKEKEN

Pal onder mijn schrijfraam zit een spinster. Uren achtereen draait ze lange draden wol.
Heel rustgevend zegt ze. Normaal zit ik nooit stil.’
Naast haar staan houten wasrekken en een gietijzeren teil daarachter hangt ouderwets ogende was. Lange onderbroeken boezeroenen smetteloze hemden. Een stoet mannen en vrouwen in kle-derdracht passeert.
‘Waarom doen ze dat?’ vraagt mijn dochter van dertien.
De vraag doet me glimlachen. En ik vind ik hem nog best lastig te be-antwoorden.
‘Om het gevoel van vroeger op te roepen probeer ik.
De boerenmarkt van het IJsselfestival is afgelopen zondagmiddag een feest van herkenning, vooral voor de oudere generatie. Een koor zingt streekliederen, de palingroker verkoopt zijn zuiderzeevis alsof ie direct uit de IJssel komt, de glasblazer licht een eeuwenoud familie-ambacht toe en de mandenmaker zit minzaam naast zijn stapel gevlochten bijenkorven. Een varken aan het spit completeert de feestvreugde, in elk geval die van de niet-vegetariërs. Het s Gravenhof waar meestal blik geparkeerd staat is de kneuterigheid zelve.
Hoe zou zo’n markt er over vijftig jaar uitzien? vraag ik me af.
Doen we dan nog steeds een modeshow met commentaar in Veluws dialect of zijn het de jaren tachtig en negentig die dan centraal staan? Hak-ken we nog klompen uit of laten we zien hoe vroeger cd’s werden geprodu-ceerd?
De Walburgiskerk is tijdelijk atelier van houtkunstenaar Marco Mout. ‘Wil jij mijn handzaag uitproberen?’ vraagt hij een verlegen jongetje dat angstig terugdeinst. Dochter helpt Marco uit de brand en zaagt een boomtak voor hem door.
Ook in de kerk lopen klederdrachtkoppels.
‘We zijn zoek naar jonge aanwas zegt een dame van de Holter dansgroep, ik ben met mijn negenenveertig jaar de jongste. Onze kinderen gaan alleen nog mee als we in het buitenland optreden. Daar herkennen ze je niet.’
Dochter knikt begripvol.
‘Vind je het wat vraag ik haar als we de kerk uitlopen, die oude am-bachten?’
Ze knikt weer.
‘Ja hoor best leuk om te zien hoe mensen er een eeuw geleden uitzagen zegt ze. Of hoe stoelen gemat worden. Maar één keer is wel genoeg.’
Het is de vraag of ze een volgende boerenmarkt weer meegaat. Hopelijk zijn er dan weer nieuwe oude ambachten.