Nieuws

21 en 22 juli vindt het NK Mountainbike XCO plaats in Apeldoorn. Bekende namen zoals Mathieu en David van der Poel en Anna van der Breggen nemen ook deel aan dit Nederlands kampioenschap.

Nederlanders fietsen samen 50x naar de zon en terug

Door Uitgeverij Stedendriehoek BV

APELDOORN - Nederland fietsland - Wist u dat Nederland méér fietsen heeft dan inwoners? Deze fietsen worden bovendien intensief gebruikt, want alle Nederlanders samen fietsen 15 miljard kilometer. Dat is dezelfde afstand als 50 keer naar de zon en weer terug.

Met zoveel fietsen en zoveel kilometers is het logisch dat er veel geld omgaat in de aankoop en het onderhoud van fietsen. De opkomst van de e-bike heeft de laatste jaren een extra impuls gegeven aan de fietsenbranche. De totale omzet in de branche is € 1,6 miljard, waarvan € 976.000 wordt besteed aan de aanschaf van nieuwe fietsen (10% meer dan in 2010).1 
De omzetgroei leidt tot meer fietsenwinkels. Het aantal winkels is gestegen van 2.758 in 2010 naar 3.161 nu: een stijging van 15%.2

Hoewel internet een steeds groter aandeel van de fietsenomzet voor haar rekening neemt, is het aandeel van de vakhandel de afgelopen jaren toegenomen van 71% in 2010 tot 79% nu. Dit is vooral het gevolg van het faillissement van winkels als Halfords, V&D en Kijkshop. Het marktaandeel dat de vakhandels daardoor gewonnen hebben, compenseert dus ruimschoots het verlies van marktaandeel aan Internet.
Internet zorgt voor een grotere transparantie in de prijzen. Fietsenwinkels hebben zich heel lang strak gehouden aan de adviesprijzen van fabrikanten, waardoor aanzienlijke marges gegarandeerd waren. Met de opkomst van Internet zullen deze hoge marges onder druk komen en zullen fietsenwinkels grotere volumes moeten gaan verkopen en/of meer geld aan onderhoud en service moeten gaan verdienen.


Van voorraadhok naar showroom
De belangrijkste omschakeling voor fietsenwinkels is dat zij de focus moeten verleggen van techniek naar verkoop en presentatie. Een fietsenwinkel is geen werkplaats met voorraadhok, maar heeft een goede presentatie- en demonstratieruimte nodig. De klant is door Internet al veel beter geïnformeerd over de technische aspecten van de fietsen en wil in de winkel vooral voelen, zien, vasthouden en proberen. De goed geïnformeerde klant moet daar zijn uiteindelijke keuze maken in overleg met de winkelier. Een keten als Hans Struijk heeft hier om meerdere reden niet op geanticipeerd en is daardoor failliet gegaan.

Grootste groei in grote steden3
De toename van het aantal fietsenwinkels vindt vooral plaats in de grote steden. Hier zijn de afgelopen jaren meer dan 200 nieuwe winkels gekomen, een toename van 24%. In kleine plaatsen is het aantal fietsenwinkels vrijwel gelijk gebleven. Fietsenwinkels zijn ook steeds groter geworden om plaats te bieden aan een steeds ruimer assortiment. Was een gemiddelde fietsenwinkel in 2010 nog 460 m² groot, inmiddels is een winkel 15% groter en ruim 500 m².

De voornaamste groei heeft de afgelopen jaren plaatsgevonden onder zelfstandige fietsenwinkels. Dat aantal is met 24% gestegen, terwijl het aantal ketenwinkels juist met 20% is afgenomen. Wat verder opvalt is dat producenten direct aan de consument zijn gaan verkopen. Zo hebben Stella, Giant en Specialized de afgelopen jaren ketens van exclusieve dealers of eigen winkels opgezet.
Wat we dus zien is dat de goede gespecialiseerde fietsenwinkels de markt gaan domineren. Dit zijn zelfstandige ondernemers met veel vakkennis, die een steeds bredere keus aan fietsen in grotere winkels aanbieden. Daarvoor is een ruim marktgebied nodig en dat is alleen te vinden in grotere plaatsen.

De sportfietser4
Zo’n 850.000 Nederlanders beoefenen fietsen als sport. Een derde daarvan doet dat incidenteel en recreatief, twee derde zijn echt actieve wielersporters. Deze groep geeft ook serieus geld uit aan fietsen. Gemiddeld betalen zij € 3.000,- voor een nieuwe racefiets en € 2.000,- voor een nieuwe mountainbike. Deze bedragen zijn de laatste jaren gestegen. Gemiddeld vervangt een sportieve fietser elke 6 jaar zijn fiets. Daarnaast geven zij bijna € 1.000 per jaar uit aan accessoires, banden, schoenen, helmen, kleding en voeding. Bij aankoop van de fiets is de dealer nog steeds het belangrijkste aankoopkanaal voor de sportieve fietser. Het belangrijkste keuzecriterium voor de plek waar een fiets wordt gekocht is een goede afmontage. Daarmee komt het overgrote deel vanzelf bij de gespecialiseerde sportfietsenwinkel terecht. Voor alle randproducten is internet wél een zeer grote concurrent van de fysieke winkel. Circa de helft van deze ‘bijproducten’ wordt online gekocht.

Van alle fietsenwinkels is circa 25% een gespecialiseerde sportfietsenwinkel. In totaal zijn dat er zo’n 800. De echte topmerken als Specialized, Trek en Cannondale worden maar in een zeer select aantal gespecialiseerde winkels verkocht. Zo is Specialized in Nederland slechts te koop in een 50-tal winkels. Bij fietsenwinkels zien we dus dezelfde trend als bij andere sportwinkels: de specialist wint.

Bronnen: Interview met Berry Heuveling, Retail Project Coordinator bij Specialized; (1) RAI Branche-analyse fietsen; (2,3) Locatus Database; (4) Wielersportmonitor 2017

|Doorsturen

Ondernemend nieuws




Laatste nieuws



Meest gelezen


Cartoon van de week



Buienradar