Nieuws

Goed bekeken

Door Uitgeverij Stedendriehoek BV

Eke Mannink, voormalig stadsdichter van Zutphen, bekijkt onze stad vanuit haar schrijfkamer aan het 's Gravenhof. Zij houdt wat ze ziet poëtisch tegen het licht. Zo onderzoekt Eke sprookjes in de Hoven, flessenpost over het Waterkwartier of wanklanken uit de Muziekwijk. Om maar wat te noemen. Haar nieuws ligt op straat. Iedere week weer.

Spiegelbomen

Acht maanden geleden zag ik hem voor het laatst. Tijdens de presentatie van het Tijd-schrift tegen het vergeten, een blad vol interviews met mensen die lijden aan geheugenproblemen of dementie. Johan was een van de ondervraagden. Het hoofdstuk over hem was er uiteindelijk een over vriendschap geworden. Zijn band met Juda, vriend en mantelzorger, vond ik van een uitzonderlijke schoonheid.
Johan zit aan tafel in het Odensehuis aan de Tengnagelshoek, een ontmoetingsplek voor mensen die lijden aan al dan niet beginnende dementie, en voor hun naasten. 'Schuif aan en eet mee,' roept een vrijwilligster hartelijk. 'Wij dekken altijd voor een onverwachte gast.' We eten salade met rode bessen en courgette, drinken vlierbloesemsap met prik, keuvelen gemoedelijk.
'Goed je weer te zien,' zegt Johan. Hij schuift zijn stoel schuin, kijkt me aan met de vertrouwde minzame glimlach vanonder zijn snor.
'Het is van wezenlijk belang dat we in aangenaam gezelschap verkeren.' Gelukkig, zijn welbespraaktheid is nog altijd daar. 'Kijk,' Johan wijst naar de tafelgenoot aan zijn rechterzijde, 'haar heb ik meegebracht naar deze prachtige plek van samenkomenden.'
'Hoi, ik loop stage in verpleeghuis de Borkel,' zegt de jonge vrouw. 'Juda komt zo ook, die brengt ons terug naar Gorssel.'
Gorssel? Ik begrijp het niet. Johan woont toch hiernaast, in het Sint-Elizabeth? Dan blijkt dat hij afgelopen jaar in het ziekenhuis belandde met onbestemde klachten. Daarna kon hij niet terug naar zijn oude stekkie, omdat hij meer zorg nodig had.
'Ik loop en ik loop en ik loop,' verzucht Johan. 'In gedachten ga ik maar door en iedere keer loop ik weer tegen muren op. Hoog opgetrokken muren, er is geen doorkomen aan.' Zijn ogen staan triest, lichten even op als hem een boterham wordt aangereikt. Hij wil er kaas op.
Juda komt binnen. Van hem begrijp ik dat zijn vriend nu op een gesloten afdeling zit. Alleen als hij of Johans vriendin hem komt ophalen, kan Johan er nog uit. Ik zie de muren voor me.
De vrijwilligster haalt ijsjes uit de vriezer. Vriend en stagiair zetten Johan in een rolstoel. De laatste keer dat ik hem zag liep hij nog achter een rollator. We duwen hem om beurten in de richting van het Vogelpark. Een voorband blijkt lek, we gooien onze lijven tegen de stoel om het voortduwen kracht bij te zetten. Juda is sterk, hij helpt Johan met stoel en al een heuvel af om een schaduwbankje te bezitten. We maken foto’s van onszelf in wisselende samenstellingen. Kijken naar voorbijvarende fluisterboten. Johan neemt grote happen van zijn perenijs.
'Dat hebben we laatst nog gedaan hė,' zegt Juda. 'Het water op in een fluisterboot.'
'We trokken lijnen tussen spiegelende bomen,' antwoordt Johan. Zijn taalgebruik is dichterlijk, hij maakt schitterende omwegen om tot de kern te komen. Ik denk aan de foto van het sprookjesachtige bomenschilderij die in het Tijd-schrift staat. Werk van Johan uit zijn jongere jaren.
De fontein spuit. Een boomverzorger zaagt. Merels zingen een hoog lied.
Leven maakt kwetsbaar.

|Doorsturen

Ondernemend nieuws




Laatste nieuws



Meest gelezen


Cartoon van de week



Buienradar