Nieuws

GOED BEKEKEN - Kurk

Door Uitgeverij Stedendriehoek BV

Een tijdje terug ontvingen de vrijwilligers van Luxor een champagnefles met op het etiket het nieuwe logo van het filmhuis aan de Houtmarkt. Hij was gemaakt door de chocolatier van even verderop, Huub Janson. We mochten kiezen: melk of puur. Ik koos puur, omdat ik wist dat iedereen thuis er dan van kon eten. Vooral zoon is een purist.

De fles was zo mooi, dat we hem een paar weken hebben bewaard. Hij zat in doorzichtig plastic en stond te prijken op de hoge houten tafel bij de keuken. In zacht lamplicht zag hij er net echt uit. 'Alleen de wikkel kun je niet eten,' was erbij verteld. 'Verder alles, ook het etiket.'

Een week geleden moest hij eraan geloven. Het was op de beruchte blue Monday; de dag die de meest depressieve van het jaar zou zijn.
De zon scheen uitbundig, ons stadje lag te blakeren in het winterlicht. Niks depressief. Gewoon chocola eten. Het was nog best moeilijk om de fles stuk te krijgen. We sloegen hem voorzichtig tegen de houten rand van de tafel. Te voorzichtig: het werkte niet. Ook op het aanrecht hield hij stand. Met een mes lukte het me uiteindelijk om hem van onderaf te versplinteren. Sindsdien eten we iedere avond een stuk fles.

Nu ligt alleen de kurk nog voor me. Een prachtig vormgegeven kurk van chocola, die al die tijd onder de wikkel verborgen had gezeten.
Waarom weet ik niet, maar ik moet opeens aan Simon Carmiggelt denken. Hij is écht van vroeger; mijn kinderen hebben nog nooit van zijn Kronkels gehoord. Hij schreef stukjes in het Parool, observeerde Amsterdamse scènes tot in het detail, liefst in de kroeg. Wij lazen thuis geen Parool, maar wel de boekjes waarin zijn Kronkels werden gebundeld.

Als dertienjarig meisje kroop ik in de pen van Carmiggelt. Ik beschreef een scène waarin ik me voelde als de spaghetti op mijn bord, die ik bijna op ging eten. Daar maakte ik een brief van, die stopte ik in een envelop die op de post ging naar de uitgever van Carmiggelt.
Drie weken later lag er post uit Amsterdam toen ik uit school kwam.

Een kaart met een zwart-wit foto van een stel puppy's op een marktplein. De afzender: Simon Carmiggelt himself. In grote, bollende letters bedankte hij me voor de brief. Hij had het spaghettiverhaal met belangstelling gelezen, schreef hij. Ik moest vooral door blijven gaan met verhalen schrijven. 'Dan kom je er wel!' waren de laatste woorden voor zijn handtekening.

Nou, en nu ben ik er. In uw vertrouwde hoekje in de Stedendriehoek. Iedere week weer. En opeens begrijp ik waarom ik aan mijn correspondentie met Carmiggelt moest denken. Ik stelde me natuurlijk onbewust voor dat ik die prachtig vormgegeven kurk ben.
Een moment aarzel ik, zweeft hij wat onbestemd tussen de tafel en mijn mond. Dan is mijn hap een feit en verorber ik de bitterzoete chocolade.
Vandaar die kronkel.

Eke Mannink, voormalig stadsdichter van Zutphen, bekijkt onze stad vanuit haar schrijfkamer aan het 's Gravenhof. Zij houdt wat ze ziet poëtisch tegen het licht. Zo onderzoekt Eke sprookjes in de Hoven, flessenpost over het Waterkwartier of wanklanken uit de Muziekwijk. Om maar wat te noemen. Haar nieuws ligt op straat. Iedere week weer.

|Doorsturen


Ondernemend nieuws




Laatste nieuws



Meest gelezen


Cartoon van de week



Buienradar