Nieuws

Winnende column Monumentendagen

Door Uitgeverij Stedendriehoek BV

APELDOORN - Mirjam van ’t Veen won de columnwedstrijd die ter gelegenheid van de Open Monumentendagen was uitgeschreven rond het thema ‘Boeren, burgers en buitenlui’

De winnende column:

Met een schok word ik ruw uit mijn hazenslaapje gewekt als de dorpsomroeper zijn kreet laat horen. De houten balk van de schandpaal klemt steeds meer mijn hoofd en handen af. Zuur zweet drupt langzaam in de wondkorsten die zich om mijn polsen en nek hebben gevormd. De ochtendzon bevordert dit proces nog eens extra door met zijn september stralen vol op mijn lange haren te schijnen.
Om mij heen is het marktplein gevuld met mensen. De geur van ongewassen, bezwete lichamen vult mijn neus, vermengt met een vleugje mest en zure wijn. De brandende zon is tijdens mijn angstige dutje steeds verder achter de hoge kerk verdwenen. Hierdoor schijnen zijn stralen niet meer zo in mijn ogen en kan ik zien wat er zich voor mij afspeelt.
Groot en klein, al of niet met levende have. Handelaren, met koopwaar die elke vrouw nodig heeft om haar huis spik en span te houden. De slager van om de hoek, met zijn bebloede leren schort aan. Het kleine meisje met haar grote doordringende ogen. Allemaal hebben zij zich verzameld op het grote plein.
Het geroezemoes van de boeren, het geschreeuw van de burgers en het gemompel van de buitenlui neemt af. De stem van de omroeper hoeft niet meer zo zijn best te doen om boven het lawaai uit te komen. De stilte die hij laat vallen mist zijn uitwerking niet. Het volk wacht, wacht totdat hij opnieuw zijn stem zal verheffen om te komen met zijn bericht. Een bericht dat mijn lot, maar ook het lot van vele vrouwen met mij rigoureus zal veranderen.
Ik heb het gezien in de sterren, mijn lot, hun lot. Duidelijk zichtbaar in de sterren die ‘s nachts zo helder schijnen op het gras rondom het dorp. De sterren die de schaduw van de toren langer doen lijken en weerspiegelen in het water van de modderige straten. Het dorp waar ik veilig dacht te zijn terwijl ik keek naar de twinkeling van de sterren bij het schijnsel van de maan.
Ik kan niet anders dan wachten. Wachten, terwijl mijn benen zeer doen van het staan en de vliegen op mijn angstzweet af komen. Ik rammel van de honger en ik heb verschrikkelijke dorst. Ik wacht op wat komen gaat, op wat hij gaat zeggen. Wacht, tot de maan weer haar baan om de aarde maakt, bijgelicht door heldere, flonkerende sterren.

|Doorsturen

Uw reactie


Ondernemend nieuws





Laatste nieuws



Meest gelezen


Cartoon van de week



Buienradar