Nieuws

GOED BEKEKEN

Door Uitgeverij Stedendriehoek BV

Eke Mannink, voormalig stadsdichter van Zutphen, bekijkt onze stad vanuit haar schrijfkamer aan het 's Gravenhof. Zij houdt wat ze ziet poëtisch tegen het licht. Zo onderzoekt Eke sprookjes in de Hoven, flessenpost over het Waterkwartier of wanklanken uit de Muziekwijk. Om maar wat te noemen. Haar nieuws ligt op straat. Iedere week weer.

Schoonheid en troost

 

Ze komt op de IJsselkade. Volgend jaar. In brons: de dichter Ida Gerhardt. U kent de naam vast. Verschillende van haar versregels zijn her en der in onze stad te lezen. Bijvoorbeeld:

                        – hoezeer heeft deze kleine stad allure –

in de Gravinnenhofsteeg: een cadeautje voor oud-burgemeester Arnold Gerritsen die Gerhardt 'de eerste stadsdichter van Zutphen' noemde. De regel komt uit 'Dolen en Dromen'.           

Kunstenaar Herma Schellingerhoudt kreeg de opdracht van de gemeente om het bronzen beeld te maken. Ze heeft al een paar mini-Idaatjes gegoten. Ik ken haar naam van een reusachtige stenen voet, uit de Oude Apotheek aan de Houtmarkt. In 2011 hing die voet daar een tijdje aan het plafond. De grote teen beschreef figuren in het zand dat de beeldhouwer op de grond had gestrooid. Sindsdien volg ik haar vanaf de zijlijn.
'De bronzen Ida moet ongeveer 1 meter 65 worden' – las ik ergens. Die zin bracht me terug naar 1994. Toen maakte ik een serie programma's over Gerhardts poëzie voor IKON-radio. Met haar secretaris, José van der Donk, doolde ik door de geboorteplaats van de dichter: Gorkum. José nodigde me uit een keer naar Warnsveld te komen 'om Ida te bezoeken.' Een eer. Gerhardt, destijds negenentachtig, woonde inmiddels in een verzorgingshuis aan de Berkel. De ontmoeting met het onderwerp van mijn radioprogramma's was als een droom.

Hoe lang ze was, weet ik niet, want ze zat aan tafel. Ze oogde klein en kwetsbaar. Op het kleed voor haar lag de post van die ochtend: tientallen brieven en ansichtkaarten – stuk voor stuk epistels waarin lezers haar bedankten voor de schoonheid en de troost die Gerhardts poëzie hen bracht.

'Dit is een vast ritueel,' vertelde de secretaris van de dichter. 'Ze krijgt iedere dag ladingen post.'

José gaf ons koffie, zette zich aan tafel en opende de eerste envelop. Ze begon voor te lezen. Ida Gerhardt zat roerloos tegenover ons. Aan haar gezicht kon je zien dat ze luisterde; ze lachte soms een beetje, af en toe lichtten haar ogen op als blijk van herkenning van een zinsnede.

Zelf schreef ze veel zinnen die nog steeds in mijn hoofd rondzweven. Zoals deze, ook uit 'Dolen en dromen':

Dan word ik plotseling naar de IJsselkade
verplaatst waar, tegenstrooms, een zeilschip nadert (…)

Volgend jaar staat ze er. Vereeuwigd in brons.

|Doorsturen

Ondernemend nieuws





Laatste nieuws



Meest gelezen


Cartoon van de week



Buienradar